[ Inhoud | English | Esperanto | Vorige | Hoger | Volgende ]

22.2. Manifest «Choisir l'Avenir»

Op 3 september 1996 brengt de krant Le Soir enkele uittreksels uit een manifest, «Choisir l'avenir» (De toekomst kiezen), geschreven door vier geschiedkundigen van de UCL. Deze vier zijn Christian Franck , André-Paul Frognier , Bernard Remiche en Vincent Vagman . André-Paul Frognier was vroeger nog kabinetschef onder FDF-minister Lucien Outers , wat al een eerste aanwijzing geeft over de richting van dit manifest.

Het manifest bevat, naast een nogal karikaturale voorstelling van de Vlaamse Beweging, een voorstel om een Waals-Brusselse as te vormen, als tegenwicht voor Vlaanderen in België. Zo'n as werd eveneens reeds voorgesteld in verband met de samenwerking tussen het Gemeentekrediet en het Crédit local de France. Het is bekend dat voor 1999 een nieuwe communautaire onderhandelingsronde is gepland, en bij een eventuele keuze van Vlaanderen voor meer autonomie, waaronder fiscale autonomie, stellen de vier schrijvers voor dat aan de bevolking van het Waalse en Brusselse Gewest zou gevraagd worden of ze onder die omstandigheden al dan niet bij België wensen te blijven. Deze referenda zouden dan de legitimiteit geven om zich uit te roepen tot "rest van België", of om een andere keuze te doen in naam van de bevolking.

Het manifest wijst een aansluiting bij Frankrijk af, maar ziet meer heil in de oprichting van een Wallo-Brux-staat, die eventueel de naam België kan blijven handhaven. De nieuwe staat zou dan als opvolger van België erkend kunnen worden, terwijl Vlaanderen verplicht zal zijn bij de internationale organisaties een aanvraag in te dienen tot lidmaatschap.

Het is nog niet duidelijk hoeveel steun dit manifest achter zich kan krijgen, maar de voorzitter van de PS, Philippe Busquin , zou het steunen. Charles-Ferdinand Nothomb , voorzitter van de PSC, zou het echter afkeuren.

Allereerst kan opgemerkt worden dat het een goed idee is om de bevolking zelf te vragen in welke staatsverband ze wil leven. Het leidt geen twijfel dat zo'n referendum ook in Vlaanderen gehouden zou moeten worden. Anderzijds is het zo dat de as Wallonie-Bruxelles op langere termijn niet leefbaar zal zijn, vanwege de geïsoleerde ligging van Brussel, en meer nog omwille van de totaal verschillende bevolkingssamenstelling van deze twee gewesten. Het is bovendien fout zomaar voorbij te gaan aan de Vlaamse aanwezigheid in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.

Ten slotte stelt zich het probleem van de overname van de naam België door deze nieuwe staat. Ten eerste houdt dit geen echt probleem in voor Vlaanderen, aangezien er geen twijfel over bestaat dat Vlaanderen onmiddellijk en zonder problemen zou opgenomen worden in de Europese Unie, de NAVO en de Verenigde Naties. Waarschijnlijk maakt Vlaanderen op zich zelfs meer kans om toegelaten te worden tot de Eenheidsmunt dan België of eventueel Wallo-Brux. Verder heeft het als voordeel voor Vlaanderen, dat "België" haar staatsschuld volledig zal behouden, met andere woorden, als de logica van deze naamkeuze volledig doorgetrokken wordt, zal Vlaanderen kunnen beginnen met een propere lei en zonder staatsschuld! Maar, zoals de kwestie tussen Griekenland en Macedonië bewees, als Vlaanderen bezwaren zou aantekenen tegen deze naamkeuze, zou "België" wel eens in grotere problemen dan Vlaanderen kunnen geraken.


© Filip van Laenen ( f.a.vanlaenen@ieee.org )