[ Inhoud | English | Esperanto | Vorige | Hoger | Volgende ]

13.8. Van Hool

Toen de Waalse vervoersmaatschappij SRWT (Société Régionale Wallone de Transport) in 1993 307 bussen moest vervangen, deden zich twee kandidaat leveranciers voor: de gerenommeerde Vlaamse bussenconstructeur Van Hool, en de Frans-Waalse maatschappij EMI/Renault, waarbij EMI staat voor Espace Mobile International.

EMI is gevestigd in het Luxemburgse Aubange, en zou een tiental Waalse banen creëren. Het speelt immers onderaannemer voor Renault, dat de bussen eigenlijk volledig in Frankrijk construeert, waarna ze in Aubange lichtjes worden aangepast aan de SWRT vereisten. Volgens de Financieel Ekonomische Tijd van 16 september 1995 zou EMI echter een eerder schimmig bestaan leiden, en wordt er praktisch niet gewerkt in Aubange.

Van Hool daarentegen is een bussenbouwer met wereldfaam, en kon de bussen goedkoper en op tijd leveren. Toch liet het Waalse Gewest toe dat EMI/Renault de prijsofferte nog wijzigde nà de afsluiting van de openbare aanbesteding, een flagrante overtreding van het gelijkheidsbeginsel. Bovendien had de eigen technische staf ook voor Van Hool gekozen, maar onder druk van de toenmalige voogdijminister André Baudson , werd er toch gekozen voor EMI/Renault.

Eerst probeerde Van Hool een schorsing van het contract af te dwingen voor een Belgische rechtbank in kort geding, maar werd er in het ongelijk gesteld, aangezien de zaak niet dringend genoeg was. Later trok het naar het Europese Hof in Luxembourg. De advokaat-generaal Carl Otto Lenz stelde in september 1995 dat er geen rekening gehouden mocht worden met de gewijzigde prijsofferte van EMI/Renault, en advizeerde dat het SWRT-contract vernietigd zou worden. In april 1996 volgde het Hof Carl Otto Lenz in deze, en ging zelfs nog verder. Het stelde dat de overheid de regels van de vrije markt moet naleven, wat onder andere ook inhoudt dat alle inschrijvers gelijk moeten behandeld worden, en er geen rekening mag gehouden worden met de nationaliteit of de plaats van vestiging van hen.

Ondertussen was het al te laat om het contract zelf te vernietigen, en kan er dus alleen nog sprake zijn van een schadeloosstelling. Deze kan oplopen tot 6,2 miljoen euro, en het ziet ernaar uit dat Van Hool een nieuw proces zal moeten inspannen wil het deze schadeloosstelling ook daadwerkelijk krijgen. Het Waalse Gewest raadde Van Hool echter aan het spel niet te hard te spelen, aangezien er een nieuwe aankoop van zo'n 300 bussen in het vooruitzicht werd gesteld...


© Filip van Laenen ( f.a.vanlaenen@ieee.org )