[ Inhoud | English | Esperanto | Vorige | Volgende ]
Brussel was tot diep in de negentiende eeuw een Vlaamse stad. Zoals in de andere Vlaamse steden, bediende de bovenlaag er zich van het Frans, maar anders dan in de andere steden, waar de Vlaamse emancipatie het Frans deed verdwijnen, bleef in Brussel het Frans in gebruik, en werd uiteindelijk ook de rest van de stadsbevolking verfranst (de verbeulemansing).
De taalwetten van 1963 kenden Brussel een bi-cultureel statuut toe. Dit betekent dat in de praktijk de Franse en de Nederlandse cultuur er gelijkwaardig zijn. Zo moeten de burgers er in beide talen terecht kunnen in het gemeentehuis. In de praktijk echter werd de verfransingsdruk sindsdien nog opgevoerd, en eentalig Franstalige gemeenteambtenaren zijn er eerder de regel dan de uitzondering.
Bovendien zijn de Franstalige partijen van mening dat de pariteitsregel niet van toepassing is voor contractuelen, dit zijn werknemers die geen vast contract hebben. De Vlaamse partijen spreken dit echter tegen, en zien hierin een middel voor de Franstalige partijen om toch nog eentalige ambtenaren aan te kunnen aanwerven.
Uit een onderzoek, gehouden in 1994 in de Brusselse OCMW ziekenhuizen, blijkt dat 58% van de Nederlandstalige patiënten moest overschakelen naar het Frans om zich verstaanbaar te kunnen maken bij het personeel, behandelende artsen hierbij inbegrepen. Het is zo dat een vierde van de in Brussel gehospitaliseerden afkomstig is uit Vlaams-Brabant. Nochtans mogen er in de ziekenhuizen van het OCMW in Brussel geen eentalige geneesheren benoemd worden. Deze benoemingen worden dan ook telkenmale vernietigt door de Raad van State, zonder dat er door de betrokken OCMW's gevolg aan gegeven wordt. Zo zouden er in de tweede helft van 1995 op 152 benoemingen nog 12 aanvragen tot vernietiging ervan ingediend zijn bij de Raad van State. Bevoegd Minister Rufin Grijp betwist echter deze cijfers.
Ook de Brusselse kabelmaatschappijen dragen hun steentje bij tot de verfransing. Zo werd de zender Nederland 3 reeds van de kabel verwijderd, en de Nederlandstalige betaalzender SuperSport kwam er niet op de kabel omwille van de te hoge huur. In de praktijk vertegenwoordigen de Vlaamse klanten ongeveer 1% van alle Brusselse kabelabonnees, maar de prijs werd toch berekend op een bereik van 10%. Canal Plus, de Franstalige tegenhanger van FilmNet, die toch heel wat meer kijkers zal hebben, betaalt slechts voor een bereik van 7,5%! Sinds 1993 wordt de lat voor FilmNet en Canal Plus even hoog gelegd op 7,5%, maar verhoudingsgewijs is dit natuurlijk nog steeds te hoog. De fundamentele oorzaak is dat de kabelmaatschappijen bang zijn hun Franstalige abonnees voor het hoofd te stoten door het brengen van Vlaamse of Nederlandse zenders.
Voor een behandeling van de problemen bij de oprichting van een onafhankelijk Vlaanderen over het statuut van Brussel, zie verder Brussel en het Onafhankelijke Vlaanderen .